Pagina's

donderdag 4 november 2010

Vroegâh

Ik kreeg laatst van Silva Tensen wat foto's uit de oude doos gemaild. Silva was tussen 1979 en 1980 één van mijn grote liefdes. Eén van ja, blame the hormones. Silva kwam uit Bovenkarspel. Ze zat op het gymnasiumdeel van het Werenfridus, waar ik er de kantjes van afliep op de Havo. Ik vond haar mooi. Ze had iets donkers, een tuinderstintje, zoals bloemkoolkwekers die krijgen als ze lang in de openlucht werken. Silva had halflang, donkerbruin haar een een volle mond, die een tikje naar links (meen ik) afweek, op een intrigerende manier. Ze was ad rem, slim en intelligent en zag er niet tegenop om een kerriegeel pak te dragen. Hier zie je ons op de kermis van Bovenkarspel of Grootebroek.




Schattig! Het was wisselend bewolkt die dag, zo lijkt het. Op de ene foto draag ik een jack over mijn schouder en op de volgende duik ik weg in mijn kraag. Ik kijk op beide foto's op dezelfde manier in de camera: een blik die weinig tot niets serieus lijkt te nemen. Klopt vrij aardig, voor zover ik me kan herinneren. Ik vrat kennis, las mezelf te pletter, maar voelde me vooral verwant aan Jan Cremer. Zoals iedere adolescent zou moeten doen. Silva kijkt op de 'koude' foto wat onderzoekend naar de fotograaf, op de tweede al met een beetje meer lef. Het zijn onmiskenbaar kermisfoto's. Nu pas besef ik me dat Silva de bonnetjes van de fotograaf heeft bewaard en de foto's later heeft afgehaald. Eerst om het moment met je vriendje te koesteren en later als een herinnering aan je jeugdliefde. Ik geloof dat Silva oprecht verliefd op mij was. En met terugwerkende kracht is dat het mooiste compliment dat je kunt krijgen in je leven.

Ik zou willen dat ik die tijd eventjes over zou kunnen doen. Om het beter te doen dan ik het heb gedaan. Want ik was niet in staat om het concept 'liefde' te behappen. Ik was trouwer aan het clubje sarcastische pre-hangjongeren dan aan degene die rekende op mijn onvoorwaardelijke toewijding. Zonder het te zeggen schikte Silva zich in haar lot en liet ze zich de puberale opmerkingen van mijn maten met nonnengeduld welgevallen. Ook dat is min of meer vastgelegd.





Eén van mijn vrienden heette Jan Bot. Een perfecte naam voor een bleke, vroeg kalende en fors uit de kluiten gewassen jongeman, die zijn moeizame verhouding met het vrouwelijk geslacht niet anders kon verwoorden dan in meedogenloze, sarcastische oneliners, die evenveel humor als hulpeloosheid uitstraalden. Kon er vreselijk om lachen, dat dan weer wel.

Maar er gebeurde iets bijzonders, het jaar erop. Silva slaagde! Ze had haar diploma op zak en voor we het goed en wel doorhadden, zat ze op kamers in Amsterdam. Ze had besloten Italiaans te studeren. Het leven trok een nieuw register open. "Amsterdao, Amsterdao, Amsterdao te corazon!" Ze vond een plekje op de prinsengracht, een kleine honderd meter verwijderd van Anne Frank en een paar stappen van Rum Runners en vooral café de Prins en de Twee Zwaantjes. Het kan een stukje hardnekkig afval zijn in mijn geheugen, maar ik meen dat ze op nummer 241 en nog wat woonde. Als je wakker werd, keek je uit op ijzerwarenhandel Günters & Meuser. Bestaat dat nog? Wij provinciaaltjes zetten onze eerste stapjes in de grote wereld en ontdekten dat Amsterdam is gebouwd op dorpelingen, nog groener dan wij ooit waren geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten